Monday, March 25, 2013


42 Specialist in alles 173

      Het volgende foldertje kreeg ik uitgereikt op straat.

Huwelik en seks spesialis

 Die lang verwagte  dr. Hasi Radaba en Mama Iron

 Raadpleging fooi is R 30,00 (+/- 3 E)

 Voortrekkerweg 352  anderkant Ster taxis en Shell vulstatie                                                                                  

Atlantis Wes Kaap                                                                                                                                                                                          

 *Penis Vergrooting Na Enige Lengte wat jij verlang                                                                                                         

*Om Vroeë Ejakulasie, veral by /n Mam te voorkom                                                                                      

*Slegte reuke na seks                                                                                                                                              

*Sterk liefdes Mengsel om jou geliefde te bekoor                                                                                           

* Om ’n kans te kry vir die regte maat (partner)                                                                                          

*Vagina verkleining  vir vroue                                                                                                                    

*Verminder ’n boepie (verslanking)                                                                                                       

*Swangerskap probleme                                                                                                                                    

*Vroue en mans wat nie kan voortbring nie                                                                                                

*Hewige vloei by vroue                                                                                                                                        

*Herwin verlore geliefdes                                                                                                                                    

*Stop ontroue Mans en vroue                                                                                                                          

*Geniet een volle ereksie                                                                                                                             

*Verwyder ongeluk / Vyande                                                                                                                            

*Huislike woede, Mishandeling, Verkragting                                                                                                

*Hiv/Vigs lyers – kom vir hulp                                                                                                                         

*Hofsake / Egskeidings                                                                                                                                          

*Geluk by Lotto, Casino, Perdewedrenne                                                                                                      

*Gebruik jou kanse en word ‘n Miljoenêr


        Eén op de drie huwelijken maakt de ellende van een scheiding mee.
        Dat was bij veel mensen met een bezoekje bij dr. Hasi Radaba nooit gebeurt!

Thursday, March 21, 2013


41 Stokstaartjes 743
 Mijn vrouw, een goede vriend die homo is en ik, zijn uit in Amsterdam en het is al laat. We besluiten een homobar te bezoeken. In die tijd nogal controversieel. We willen eens kijken hoe het daar aan toe gaat. Ik loop een stukje vooruit op mijn vrouw en mijn kameraad en ga het etablissement binnen. Ik bestel een biertje bij de barkeeper, deze draagt een rafelig fel gekleurd, te krap t shirt met enkele gaten erin en een korte broek waarvan de bilpartij is uitgesneden. Hij draagt geen onderbroek. Ik ga met het biertje in de hand op zoek naar mijn metgezellen en krijg terloops een kneepje in de bil van de danser Donald Jones. Ze zijn niet in het café. Dus ga ik maar weer naar buiten en zie ze op de straat staan. ‘Waarom komen jullie niet binnen?’ ‘De portier laat geen mannen met vrouwen toe,’ zegt mijn vrouw verongelijkt.                                                                                                                             We besluiten voor dat we naar huis gaan, dan maar een frituur binnen te gaan en raken in geanimeerd gesprek met de plaatselijke penoze van het Rembrandtplein, waar, in schril contrast met mijn figuur, aan hun uitgebouwde lijven goed te zien is, dat ze halve dagen in sportscholen doorbrengen. 
Ik ben uitgenodigd een biertje te komen drinken vanwege de verjaardag van een goede vriendin. Het vindt plaats in een karig ingericht klein café vlakbij het station van Hasselt en is uitsluitend toegankelijk voor lesbische vrouwen. Ik ben dan ook de enige man. Ik omhels alle dames en extra innig, de jarige job. Ik heb alleen niet in de gaten dat ik met mijn linker broekspijp tegen, toen der tijd nog gangbare, op de grond staand, open elektrisch kacheltje sta. Mijn broek vliegt in de fik. Als een idioot trek ik hem uit en blus de vlammetjes met een fles water. De dames liggen plat van het lachen. Een man in zijn onderbroek in hun café is blijkbaar heel komisch. Ik voel me flink voor schut staan. Ook mijn vrouw vindt het vermakelijk en zegt dat God me terecht strafte. ‘ Moet je maar niet naar plaatsen gaan, waar een man niet thuis hoort.’
Na de dagtaak, om een uur of acht, placht ik altijd van mijn huis naar het Stadspark in het centrum van Antwerpen te joggen en vervolgens een rondje of tien rond te rennen langs mooie paadjes en over leuke bruggetjes. Dé manier om de stress van het werk af te gooien.                                           Overdag spelen er kinderen en genieten de moeders van het zonnetje. Maar op den duur begon zich in het park een avondleven te ontwikkelen. Eerst sporadisch, maar na een tijd frequenter. Er doken steeds vaker mannen op, die niet schroomden om de hardloper avances te maken. Een enkeling wilde meerennen. Op den duur, in het centrum van Antwerpen zijn niet veel joggingplekken, werd ik tot buiten het park verbannen, om eromheen mijn rondjes te lopen.
Op Linkeroever, tegenover de Gazet van Antwerpen is een natuurgebied, waar het heerlijk wandelen is en plein famille. Het is groot en ruig met drassige waterpartijen. Kortom, heerlijk om even de stadslucht achter je te laten en onbezorgd te genieten. Minder is, dat op de meest onverwachte ogenblikken onze hond wat bange naakte mannen ontdekte, die in Adam kostuum de belendende bosjes van het paadje uitvluchtten. Voor ons in het begin grappig, voor de kinderen raar. We beperkten onze wandeling dan maar tot de overigens grote open hondenwei.                                         Wat deden die auto’s met kinderzitjes daar op de parking?
In Zuid Afrika, hier in Sunset Beach laat ik elke dag twee keer mijn honden uit. De middagsessie is rond half drie. Ik loop richting Blaubergstrand. Als de bebouwing achter de duinen is gestopt worden de zandbergen ook flink hoger. Op enkele toppen staan daar mannen stokstijf stil. Dan komt er één in beweging en daalt af en verdwijnt in een kuil, een ander verlaat ook zijn roerloze houding en verdwijnt ook in een duinpan. Even later duiken ze weer op, ieder op een andere duintop. Ze spelen een soort schaakspel.                                                                                                                                               Een vriendin passeert, ze is een van haar honden kwijt. Ze brengt haar speciale hoog frequentiefluitje aan de lippen en blaast. Niet de hond verschijnt!                                                                                       
 Hoofden van mannen, die zich in de duinpannen bevinden komen te voorschijn en kijken in de richting waar het geluid vandaan komt. Ook de mannen, die als stokstaartjes op de duintoppen staan, draaien zich om en hebben belangstelling voor mijn vriendin op het strand.        
          

40 Afrikaans avontuur 1373
Het is winter in het Noorse Bergen, dus laat licht en vroeg donker. De sneeuw ligt lekker dik op het land. Vier vijftigplussers, lunchen elke zaterdag in de ToKokker in Bryggen, het oude centrum van Bergen. Het is er heerlijk warm door het houtvuur dat lustig knettert in de openhaard. Normaal spelen ze eerst in de morgen een partijtje golf, maar daar kan met die sneeuw geen sprake van zijn. Ze bespreken geanimeerd, ook al door het ruim consumeren van bier, hun jaarlijkse winter  golfvakantie. Kalle stelt voor nu eens een hele andere bestemming te nemen dan altijd maar Spanje, Italië of Portugal.  Ze opperen de US, Thailand of Turkije. Dan komt Björn met Zuid Afrika. Er volgt een discussie; ‘Zijn er wel golfbanen?’ vraagt Kjell zich af. ‘Je wordt vermoord als je je kop uit het raam steekt,’ oppert Arkin. ‘ Ik geloof dat er hier en daar nog dames halfnaakt rondlopen,’ verzekert Kalle met een lachend gezicht. Kalle betrekt altijd alles op seks.  ‘Zijn er fatsoenlijke wegen?’ bedenkt Kjell. ‘Word je niet opgegeten door wilde beesten of gebeten door giftige dikke cobra‘s?’ vraagt Arkin, die altijd overal de grootste problemen ziet. Hij vervolgt, ‘ Is er malaria en lusten krokodillen mensenvlees?’ Volgens Kalle rijden ze daar net als in Engeland aan de verkeerde kant van de weg.                                                                                                                                    Alom problemen genoeg. Dus besluiten ze het voorstel het voordeel van de twijfel te geven en via internet en een reisbureau nadere inlichtingen te bekomen. In hun alcoholeuforie zien ze het avontuur wel zitten.                                                                                                                                                                     Een maand later in Kaapstad doen de ‘oudjes’ zich te goed aan de mooiste golfbanen, de beste restaurants en pitsen menig topwijntje.                                                                                                               Kjell, heeft een vechtscheiding achter de rug, waar geld een belangrijke rol speelde. De ontrouw aan zijn vrouw moet hij duur betalen. Hij is de oudste en enige vrijgezel van de kameraden. Hij heeft vaste relaties afgezworen. Hij lat alleen nog maar.                                                                                                        In een top restaurant in het chique deel van Kaapstad, Constantia , heeft hij het met veel humor,  aandringen en drie restaurantbezoeken, aangelegd met de jonge Imena. Ze komt uit Namibië en is zoals de meer dan drie miljoen Afrikaanse immigranten, naar Zuid Afrika gekomen om er te werken en geld te verdienen. Kjell is tot over zijn oren verliefd en vertrekt na drie weken golven vol hartzeer met zijn vrienden terug naar Noorwegen. Doch een maand later zit hij al weer in het vliegtuig op weg naar zijn exotische geliefde. Natuurlijk hebben al zijn vrienden hem gepest met die vader/dochter verhouding, en zijn familie heeft hem ten sterkst afgeraden zijn relatie, met vijf en dertig jaar verschil in leeftijd, te continueren. Maar Kjell is niet te houden. Hij koopt een huisje in Sommerset West en gaat met zijn ‘amoureuze’ samenwonen. Hij geniet van haar jeugd en spontaanheid.  Ze trekken het hele land door en amuseren zich met volle teugen. Het voelt alsof ze zich al in het paradijs bevinden. De jaargetijden zijn tegenover gesteld aan Europa. Ze reizen net als de zwaluwen de zon achterna, als het in Bergen zomert verblijven ze daar in zijn huis.                                                                                                                                                           De zoon van Kjell, Halvard, wil niets meer met hem te maken hebben en verbreekt elk contact. Hij voelt de relatie als een klap in het gezicht van zijn moeder. Patricia, de dochter van Kjell, bezoekt hem nog wel, een vader blijft tenslotte een vader.                                                                                                                                        Na twee jaar is Imena zwanger. Een kind van een man uit Europa wordt in heel Afrika door de vrouw als een soort verzekering beschouwd. Het koppel trouwt.  Een jaar na de geboorte van Eirik wordt Marinda geboren.                                                                                                                                                                      Twaalf jaar later komt Kjell na een potje golven niet thuis. Imena geeft hem de volgende dag als vermist op bij de politie. Vijf dagen later wordt zijn lijk, hevig toegetakeld en tussen de rotsen aangespoeld, gevonden door twee hengelaars in de buurt van Kleinmond. De moordenaar heeft als  een waanzinnige met een mes op de Noor ingestoken.                                                                                  Zoals in alle moordzaken begint topspeurder Jim Porter bij de naaste familieleden. De echtgenote en de kinderen, die inmiddels elf en tien zijn, worden verhoord. Dat levert de politieman niets op. Imena heeft een alibi. Zij was met de kinderen thuis. Dan volgt een buurtonderzoek. Hieruit blijkt dat Jan en Alleman in het dorp op de hoogte is van een ‘geheime ’affaire van de plaatselijke bankdirecteur, Jacob Steenslag, een getrouwde vader van twee kinderen met de echtgenote van Kjell. Maar ook deze vijf en veertig jarige man heeft een sluitend alibi. De vrouw van Jacob, Maria, is niet op de hoogte van zijn ontrouw. Vanzelfsprekend is ze niet blij met het bezoek van de politie, en het daaruit bekend worden van de buiten echtelijke relatie van haar man. Ze komt er alras achter dat iedereen al jaren op de hoogte is, behalve zij, en laat de sloten van het huis veranderen, bezoekt een advocaat en  deze vraagt een echtscheiding voor haar aan.                                                                                                                                                               Jim Porter’s beroepsintuïtie voelt nattigheid.  Hij vraagt Maria naar het huispersoneel. Thembla  werkt twee dagen in de week als tuinman/klusjesman en Thandi als poetsvrouw. Jim ondervraagt eerst Thandi, dat levert niets op. Aangezien Thembla niet is komen opdagen die week, rijdt hij met zijn assistent Mpho naar het adres in Khayelitsha, wat hem door Maria is opgegeven. Ze verplaatsen zich discreet in een oude Polo en dragen geen uniform. Daar aangekomen klopt de sjofel geklede Mpho  zachtjes op de deur, bang dat hij anders uit zijn voegen valt. Jim stelt zich, nonchalant, langs een van de dicht op elkaar staande krotten op. Een tamelijk gezette vrouw doet open. Ze is de nicht van Thembla. ‘Hij is hier zelden,’ zegt ze. ‘Hij zal wel bij zijn vrienden zitten. Ik weet niet precies waar ze wonen, maar het moet in de buurt van mijn neef Sarel zijn.’ Ze geeft het vlakbij gelegen adres op. Sarel is ook niet thuis, zijn zoon verwijst hem naar  een sjebien (kroeg), een paar straten verder. Het is warm en Mpho drinkt er een biertje, kletst wat met de stamgasten. Een behoorlijk aangeschoten man, Masilo vertelt: ‘Thembla zit even verder met vrienden in een shack. Gisterenavond hebben ze hier feest gevierd, iedereen getrakteerd. We zijn allemaal dronken geworden,’ zegt de man trots. Jim en Mpho lopen (het is te smal voor de Polo)naar de bewuste plek. De krotten staan hier allemaal op elkaars lip. Overal liggen plastic zakken en vuilnis. De deur, gemaakt van verschillende planken, hangt op half zeven. Jim duwt het hevig krakende geval langzaam met zijn rechter arm open, terwijl de beide mannen elk aan één zijde er van staan. Ze gaan met getrokken pistolen de hut binnen, die maar uit één ruimte bestaat. Ze treffen er twee man en een onbeschrijfelijke rommel aan. Het ruikt er niet prettig.  De geuren van dagga vermengd met zweet, bedorven voedsel en urine voeren de boventoon. Sarel en Thembla zijn volledig verbouwereerd door het plotselinge bezoek. Ze zijn stoned en hebben mogelijk tic (goedkope drug, die de hersenen aantast) gebruikt. Voor dat ze het weten hebben de protesterende en vreselijk scheldende mannen plastic kabelbinders om hun polsen. Jim blijft de mannen onder schot houden en vraagt via zijn gsm om bijstand. Mpho doorzoekt de hut en vindt een enveloppe met twaalfduizend rand verstopt onder de onderkant van een haveloze stoelzitting. Verder ontdekt hij een voorraadje dagga en tic in een kapotte bloempot  en enkele flessen Jack Daniels onder een half doorgezakt houten bed.  Na een half uurtje worden ze door een boevenwagen opgehaald en meteen, elk apart, in een verhoorkamer op het politiebureau gebracht. Om middernacht geeft Thembla, in ruil voor strafvermindering, Sarel  de schuld van het ombrengen van Kjell Gunnar voor de lieve som van 17.000 rand(+/- 1.700euro) in opdracht van Jacob Steenslag en Imena  Naudé. Zij worden in hechtenis genomen.                                                                Nadat het lichaam van Kjell is vrijgegeven wordt het naar Noorwegen overgevlogen, en onder grote belangstelling begraven.                                                                                                                                        Ook de zoon van Kjell, Halvard en zijn vrouw Flora zijn hierbij aanwezig. Zij zien hun (schoon) vader na meer dan twaalf jaar, overleden terug.                                                                                                             De vader van de twee kinderen  is dood en de moeder wordt voor vijftien jaar in de gevangenis opgesloten.                                                                                    
Halvard en Flora en hun twee dochters nemen Eirik en Marinda  liefdevol in hun gezin op.     
   

Sunday, February 17, 2013


 39 Ontwikkelingshulp 826
Je staat er verstelt van hoeveel particuliere mensen, door middel van ngo’s, zich inzetten voor onze minder gefortuneerde medewereldburgers. Het gaat bijna altijd goed en het geld wordt vast minder verkwist dan door regeringen uitgegeven aan ontwikkelingshulp, waarvan het toch vaak opgaat aan hoge salarissen, dure adviesbureaus, corruptie, en prijzige vierwiel drives. In Kathmandu stikt het van de  ngo’s en allerlei wereldse officiële instellingen.                                                                                  Jacqueline bedrijft een winkeltje in één van de vele straatjes van Thamel in Kathmandu. Ze heeft het winkeltje gehuurd van een oude ziekelijke man, die er zelf niet meer toe in staat is de nering behoorlijk te runnen. Ze heeft hem twee jaar geleden geholpen, toen hij op straat in elkaar is gezakt. Niemand bekommerde zich om de man. Ze heeft hem te drinken gegeven uit haar waterfles, hem overeind geholpen, hij woog niet veel meer, en hem ondersteunend naar zijn winkel gebracht. In het  kamertje achter de shop op zijn bed geholpen. De door haar ontboden arts doet een hele check up; hij luistert o.a. aan zijn borst, klopt op zijn rug en neemt de bloeddruk op. Zijn diagnose luidt; ‘oud en versleten, plus een zwak hart en de piepende longen vertellen mij, dat ze zwart zijn van het roken van smerige troep.’                                                                                                                                                    Met het recept dat de dokter haar geeft haalt ze de voorgeschreven medicijnen in de naburige apotheek. Een zak vol. Ze bezoekt hem bijna elke dag en er groeit een band tussen de twee. Het is dan dat ze besluiten dat Jaqueline het winkeltje zal voortzetten en de oude man kan rusten en in het ochtend zonnetje op het plein zitten. Hij moet beloven dat hij het roken zal laten. De mens is zondig, zo ook Mahendra. Uit het zicht van de winkel steekt hij soms een saffie op, maar dat mindert sneller naarmate de hoest op sommige momenten niet wil ophouden en de vieze rochels niet meer zo spontaan zijn luchtpijp willen verlaten.                                                                                                               Ze verkoopt kunstig versierde houten raamkozijntjes in dusdanige maten dat de toeristen ze in een koffer kunnen meenemen. Ze zijn voor een prikkie door eenvoudige kunstenaars in plattelandateliers gemaakt. Verder verkoopt ze de onvermijdelijke Tijgerbalsem, en puur Tibetaanse kruidenmedicijnen in de vorm van geurstokjes die je moet aansteken. De wierook is goed voor stress, geeft spankracht of geeft je een nachtrust met prettige dromen. Verder staan er in de winkel o.a. een collectie Boeddha’s en klankschalen.                                                                                              Jaqueline, vijf en veertig jaar oud verloor haar man en dochter vier jaar geleden in een auto ongeluk. Een vrachtwagenchauffeur met te veel alcohol in het bloed ramde hun Volkwagen Polo.                                   Ze is nu drie jaar in Nepal en vertegenwoordigt er Nepal Child Life, een ngo uit Londen. NCL  heeft kort geleden een flink bedrag aan geld gekregen van een particuliere sponsor, die daarmee een school wil bouwen. Jacqueline heeft via een connectie van een internationale organisatie een dorp gevonden, wat een stief half uurtje rijden buiten Kathmandu ligt en dringend behoefte heeft aan een nieuwe lagere school. De oude staat op instorten, heeft geen dak of ramen. Ze overlegt met het comité dorpsoudsten en zij stellen grond van de dorpsgemeenschap  beschikbaar om de school op te bouwen. Intussen heeft ze ook Kancha Tamang leren kennen. Een zeer charmante Nepalees, die goed Engels spreekt. Hij is chauffeur /gids voor een reisorganisatie. Een paar keer per week verdrijft Kancha haar eenzaamheid en het nog steeds aanwezige verdriet. NCL stort al geld op haar rekening voor de eerste onkosten. Dan moet Jaqueline dringend terug naar Engeland. Haar vader is ernstig ziek. Een paar weken en een begrafenis later keert ze terug naar Kathmandu.  Jacquline heeft haar geliefde een volmacht op de rekening gegeven, hij was zo oprecht geïnteresseerd in het werk van NCL. Kancha heeft van het geld uit Engeland een Tata vierwiel drive gekocht en rijdt daar fier met vrouw en drie kinderen mee rond. Jacqueline stort in en komt haar winkel nog maar sporadisch uit.                                                                                                                         Twee leden van Stichting Nepal zijn op dat moment in Kathmandu en worden door haar vertegenwoordiger Aruna Rana, die door het Engelse NCL om hulp verzocht is, op de hoogte van de situatie gebracht. Ze vergaderen met leraren en schoolcomité, tien man sterk, hoe het nu verder moet.  Aruna vertaalt niet alle eindeloze discussies, maar de beleefdheid eist dat een ieder zijn zegje doet. Ze besluiten de politie in te schakelen om de auto in handen te krijgen en te kunnen verkopen. Verder wordt het project door SN en dan vooral Aruna Rana in samenwerking met NCL voortgezet. Er is uiteindelijk een pracht school gebouwd.
De oude Mahendra schuifelt wat rond en slaapt veel, maar is nog niet van plan de pijp aan Maarten te geven. Jaqueline heeft haar één persoonsmatras in het kamertje bij de, alleen god weet hoe oude man gelegd. De woning bevat verder alleen nog een piepklein keukentje met toilet. Ze is depressief en slaapt slecht. Samen slikken ze iedere morgen en avond trouw hun pillen.  
        

Tuesday, February 5, 2013


37 De achtervolging 877

Het is zomer 1960. Peters’ vader Hans heeft een nieuwe auto gekocht, een Fiat 124 Sport Spider.  Die zondagmorgen is het mooi weer en ze karren, met het dak open, een toertje in de buurt, ook al om de wagen in te rijden.  Net voor ze de Elswoutslaan opdraaien worden ze ingehaald door een Austin Healey bn7.  Op de hoogte van het buiten Elswout worden ze aangehouden door een agent. ‘Ik confisqueer deze auto, ‘ zegt de man beslist.  ‘Volg die racepiraat die daar in de verte rijdt.’ Er is geen ruimte voor een derde persoon, dus neemt de wetsdienaar plaats op de kofferbak met zijn benen tussen ons in. Hans trekt zijn leren rallyhandschoenen zonder vingerstukken aan en laat de motor brullen terwijl hij plankgas geeft. De agent kan zich nog net met elke hand aan de bovenkant van de twee kuipstoelen vasthouden.                                                                                                                In de eerste bocht schiet er nog aardig wat ruimte over tussen de auto en de statige voorbij flitsend bomen aan weerzijde van de één richtingsweg. In de tweede bocht ziet Peter de daar staande boerenhuisjes langs de straatkant akelig dicht op zich afkomen.  Maar in een mooie drift en jankende banden komen ze veilig de bocht door. Hun prooi is even uit het zicht verdwenen. Ze krijgen de Austin weer in het vizier als deze links het Brouwerskolkje opdraait. Ze razen langs het met Treurwilgen omzoomde water de weg omhoog. Bij de Zeeweg ( altijd al een bekende baan voor straatraces)heeft de wagen voor hen even op wat fietsers moeten wachten zodat de achtervolgers de afstand kunnen verkleinen. Dan gaat het weer met plank gas links af de zeeweg op. Hans grijnst vrolijk. Deze mooie rijkelijk met scherpe bochten voorziene weg door het zacht glooiende duingebied is uiterst geschikt om eens lekker te scheuren, en dat nog wel met toestemming van de politie. Terwijl de zeewind door hun haren blaast gillen de banden van louter opwinding in elke scherpe bocht. De wegligging van de Fiat is iets minder, de wagen heeft absoluut de hele breedte van de weg nodig, dan die van de Austin Healey, maar dat wordt gecompenseerd door de kennelijk betere rijvaardigheid van Hans. Vlak achter elkaar jagen de auto’s over het asfalt, dan de een wat sneller, dan de ander. Vlakvoor het Bloemendaalse strand remt de metallic blauwe sportwagen, voorzien van prachtige spakenwielen, voor een overstekende haas en komt half dwars over de weg te staan.  De neus van de wagen belandt in de zanderige berm. Hans remt eerst pompend op zijn rempedaal, dan lost hij deze, gooit zijn stuur om en trekt aan de handrem. Door deze gewaagde manoever komt de Fiat vlak achter de Healey ook half dwars over de weg tot stilstand en blokkeert hij de andere wagen om te kunnen wegrijden. De arme agent wordt door middel van de middelpuntvliedende kracht van de kofferbak op het duinzand geslingerd. Gelukkig is de Zeeweg een één richtingsbaan en het verkeer was trouwens toen in die tijd heel wat minder intens dan nu.  De chauffeurs parkeren de wagens rustig langs de weg. Dan haasten Hans en Peter zich naar de agent, die er gelukkig zonder kleerscheuren van af is gekomen. Alleen zijn maag gaat lelijk over de kop en de wetsdienaar moet zijn hele ontbijt aan moeder  natuur lossen.                                                                                                    De jonge chauffeur Willem, van de Austin Healey rijdt met de auto van zijn vader, die een rallymaat van Hans uit het naburige Bloemendaal is.  ‘Als ik jou was Willem zou ik nu rustig wegrijden en direct naar huis toegaan. Ik regel dit wel met die agent.’ Deze zit een beetje groggy na te trillen in het zand en verkeert in een schijnbaar lichte shock. Hij ziet de blauwe wagen achteruit rijden en dan zich rustig van de plek verwijderen. De goesting om snelheidsduivels te vangen is over en langzaam komt de agent weer een beetje bij zijn positieven. Hans wil de man nog een lift naar het politiebureau van Overveen geven, maar deze weigert. ‘ Ik neem de bus wel vanaf het Bloemendaalse strand.’                Terwijl de agent het zand met zijn handen van zijn uniform afborstelt, vraagt hij, ‘ kende je die jongen.’ ‘Nou eigenlijk niet,’ zegt Hans aarzelend, wetend dat niet de waarheid spreken in de nabijheid van je zoon niet erg opvoedkundig is. Dus neemt hij het initiatief over en vraagt, ‘Weet u het nummer van zijn nummerplaat niet?’ ‘ Ik moest mij met twee handen vasthouden, ik kon het dus niet noteren en mijn hoofd tolt nog van de val, we zullen maar zeggen dat hij ontsnapt is,’ zucht de agent .     
Hans is nu tachtig jaar en woont in een bejaardenhuis. Zoon Peter heeft een nieuwe Porsche Carrera Cabriolet gekocht en het is mooi weer. ‘Zullen we in Zandvoort een ijsje bij Giraudi gaan eten?’                 Ze rijden over de Zeeweg waar een strikt snelheidsverbod geldt.  Even is er weinig verkeer en Peter drukt het gaspedaal in en de wagen met zijn sportvering schiet vooruit en vliegt door een heerlijk scherpe bocht.                                                                                                                                                                         Later genieten ze op een bankje, voor de door de bekende architect Cees Dam getekende ijssalon, van hun consumptie. Peter kan zich niet meer inhouden. ‘En wat vind je van mijn nieuwe wagen?’              ‘Een hobbelige krappe rotkar is het!’


38 Olifantenpaadje 553

Iedereen weet inmiddels, via ‘de Wereld Draait Door’, wat een ‘olifantenpaadje’ is. Volgens Frank uit Frankrijk noemen ze het daar ‘Chemin de l’ âne’.                                                                                                                Wij rijden in een 4x4 Jeep door het Addo olifantenpark in de buurt van Port Elizabeth. Gelukkig is er een zeil over de wagen gespannen, want de zon staat deze morgen al in zijn volle glorie te broeien aan de staalblauwe lucht. We zien de Zebra, Kudu, Wildebeest, Eland, Antilope,Buffel en noem maar op beesten. We spotten allerhande vogels, insecten en amfibieachtige dieren. Bij een meertje staat een menigte olifanten ter vergadering verenigd en wassen en plassen of klooien een beetje in de modder. De baby’s verschuilen zich half onder hun moeders. Al met al een vredig schouwspel wat nooit verveelt. We rijden verder als we een tijdje later een enorme olifant gewaar worden.  Het is een mannetje, wat volgens onze gids, Januarie, uit de kudde verstoten is. ‘Dit beest kan in dit geval soms wel agressief zijn,’ verzekert hij ons. We rijden van de weg af en gaan een eindje een zeer smal en woest paadje op om het kolossale beest wat van dichterbij te opserveren.  Het lawaai van de motor doet het dier even opkijken. Hij loopt sneller als we dachten.  Het gezelschap begint zich ongemakkelijk te voelen, maar de gids is vol zelfvertrouwen en stopt de Jeep. We kijken ademloos toe hoe de olifant over het grasland dichterbij komt. ‘Niet bewegen of lawaai maken,’ zegt de gids, terwijl hij zijn motor afzet. Plotseling besluit de olifant van richting te veranderen en stevent op het pad af waar wij met de wagen staan. Nu verlaat hij werkelijk de prairie en loopt op ons af, kennelijk om de kortste route naar de weg te nemen, waar wij net vandaan komen. Opeens vinden wij dit deel van de expeditie niet zo prettig meer. De bruine gids wordt wat bleek om zijn neus. De kolos, enkele tientallen meters van ons vandaan, begint met zijn oren te wapperen, nu niet om zich wat koelte toe te waaien, maar louter uit kolere. Dan stoot hij een machtig gebrul uit, gevolgd door meer orengewapper en gestamp met zijn linker poot. Kennelijk is het beest er niet mee eens dat wij zijn olifantenpaadje blokkeren.  De motor draait weer en giert op volle toeren. We rijden achteruit het pad af. Maar dat is niet zo gemakkelijk. De bodem is ongelijk en vol bobbels, we moeten ons gezicht beschermen tegen zwiepende takken van bomen en struiken. De Jeep begint hevig te slingeren, de chauffeur/gids moet gas terug nemen.  De kwaadheid van het beest is in pure razernij veranderd. Er is hier wat voor te zeggen. We gebruiken tenslotte zijn paadje.                                                                       Nu komt de olifant met luid getrompetter werkelijk op ons afdenderen. De passagiers staren met verstarde blik, dan weer naar onze aanvaller, dan naar het einde van het pad. We voelen dat dit mannetje geen medelijden met ons zal hebben en ons met Jeep en al kan vermorzelen. We maken een scherpe bocht, terwijl twee wielen van de grond willen afkomen.  Januarie sukkelt door zijn zenuwen om de wagen in de eerste versnelling te krijgen. Gelukkig kan de olifant niet zo snel remmen en keren en passeert ons op een paar meter afstand. Dan stuiven we in een wolk van wervelend zand weg.     

Wednesday, January 2, 2013

36 De bioscoop 851


 36 De Bioscoop 851
De zee is kobalt blauw en zo rustig als onze passagiers het graag willen hebben. Geen schip of land tot aan de verre horizon te zien. Het is of we alleen op de wereld zijn en de SS Rotterdam klieft zich op volle kracht door het water van de Caribische zee.                                                                                       We bevinden ons in het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw.                                                                                                                                                               Ik ben aan mijn nieuwe job begonnen. Badmeester aan het zwembad op het achterdek. Ik heb geen zwemdiploma en dan is het toch, om tot deze functie door te dringen, voor een zeventienjarige een prestatie. Het is een rustig baantje.  Ik verwijder om een uur of half negen het veiligheidsnet van het zwembad en maak het schoon met een zwembadstofzuiger. Dan ga ik met een stapel gebruikte handdoeken naar de wasserij. De kortste weg is via de machinekamer, de passage daarvan duurt slechts twee minuten, en krijg hier mijn twee dagelijkse sauna beurten. Het is er namelijk bloedheet,  totaal nat getranspireerd verlaat ik deze donkere ruimte en het oordovend lawaai van de machtige motoren.                                                                                                                                                                      De Chinezen in de wasserij zijn altijd vriendelijk maar lastig om mee te communiceren. Ze spreken geen Engels. Ze zijn altijd gekleed in korte broek en T.shirt en komen hun berenwarme wasserij nauwelijks uit. Ze leven er net als in China in de steden, op een kluitje.                                                  Met een hoge schone stapel handdoeken ga ik terug door de sauna naar het zwembad. Ik leg de ligbedden in het gelid en deponeer op elk ervan een kussen en opgerolde handdoek. Mijn klanten zijn het meest oudere mensen, eigenlijk zijn cruises voor het merendeel in trek bij gepensioneerden. De dames zijn duidelijk in de meerderheid. Ze hebben hun, zich dood gewerkte en ook door te veel alcohol gesloopte echtgenoten, overleefd. Ze liggen op de ligbedden met hun uitgezakte figuren en opgezette buikjes in te strakke zwempakken, die veelal versierd zijn met grote bloemmotieven.     Ook rond het zwembad houdt de bling- bling niet op. Om de nekken hangen dikke gouden of zilveren kettingen, om hun armen worden armbanden van verschillende diktes en metaalsoorten gedragen en de te korte veel al kromme vingers sieren zich met diamanten ringen, de één nog grotere dan de andere of met kleurige joekels van sierstenen. De rimpelige gezichten worden overdadig geschminkt met ruim rouge op de bleke wangen en alle kleuren van de regenboog mascara rond hun ogen. Op de met een pinset bewerkte wenkbrauwen wordt het beetje haar zwaar, zwart aangestift. De getoupeerde dunne haardossen zijn door de kappers van het schip van platina blond tot vaal roze gekleurd. Als de dames zich te water laten, ontdoen zij zich van al die sierraden onder het slaken van een gilletje, ‘ik voel mij zo naakt.’ Ik, de badmeester, moet op de rijkdommen passen. Deze lady’s zijn op z’n Amerikaans overdadig vriendelijk en bewonderen mij.  Ik ben al in Amerika geweest en zij hebben nog nooit Europa bezocht. ‘Ik doe dit werk om de wereld te zien,’ zeg ik altijd en Amerikanen kijken daar naar op.                                                                                                                                                                       Een van de dames heeft haar kleindochter van zestien, Kitty genaamd, op de reis meegenomen. Ze is  een kopje kleiner dan ik en heeft mooie lange blonde haren die vrolijk over haar schouders wapperen in de zeewind. Ze zit als een zeemeermin met benen langs de pool.  Het meisje komt uit Boston en haar ogen zijn groen en draagt geen make- up. ‘Daar zien we hier al te veel van,’ zegt ze. Als inkoppertje antwoord ik, ‘je hebt dat ook helemaal niet nodig, ik houd van naturel.’                      Als het rustig is langs het zwembad  roddelen we zo onopvallend mogelijk(met passagiers omgaan is streng verboden en heeft op staande voet ontslag tot gevolg)  over de passagiers, praten over Elvis Presley en andere muziek.                                                                                                                                          ‘Ik heb Paul Anka op een reis van Rotterdam naar New York eens een telegram moeten brengen,’ vertel ik. ‘Ik bel aan bij zijn hut. Hij doet open en ik zeg, “are you mister Anka?” De man kijkt mij verbaasd aan, is helemaal niet blij dat ik hem niet herken, grist het telegram uit mijn handen. De gebruikelijke fooi heb ik op mijn buik kunnen schrijven.’
Het schip heeft twee bioscopen en één wordt er tijdens een cruise niet gebruikt. Kitty en ik glippen de ongebruikte binnen, het is er lekker donker. We sluipen naar de achterste rij en nestelen ons op de heerlijk zachte ribfluwelen klapzetels. We genieten extra van het verbod. Ik mag niet met passagiers omgaan en Kitty mag zich van haar oma niet met bemanningsleden inlaten. Als het nou  een officier was nog daar aan toe, maar een badmeester kan echt niet volgens haar.
We wisselen wat intercontinentale kusjes uit en hebben het grootste gesmoorde plezier. Plotseling steken daar twee hoofden beneden in de zaal hun kop op tussen de rij zetels.  Eén figuur, kan ik vaag zien aan de glimmende sterren, is duidelijk een officier, de ander die van een vrouw. Wij duiken tussen de zetels en verlaten muisstil de bioscoop. De volgende dag meren we aan in New York en eindigt de romance.