Tuesday, April 23, 2013


46 Zand 247
Op doorreis, op de luchthaven van Bangkok, moet ik een paar uurtjes wachten. Ik slenter langs de winkeltjes volgepropt met de gebruikelijk afgezaagde souvenirs, als mijn blik op een bijzonder fraai blank houten beeldje valt met een geheimzinnige ‘look.’ Het stelt de een of andere heilige figuur voor. ‘Hand gemaakt,’ verzekert de verkoopster. Ik geloof haar op haar bruine ogen. Als een machine dit zo kunstig kan maken, vertrouw ik geen enkele houtbewerker niet meer. Het beeldje is niet goedkoop, maar ik voel een onderhuidse hebzucht. Ik moet het meenemen voor mijn vrouw. En als ze het niet mooi vindt, krijgt het met plezier een plaatsje op mijn bureau. Ik probeer nog overtuigend wat van de prijs af te dingen.                         'No way. Fixt price.’                                                                                                                                                       Ik heb net betaald of er tikt iemand op mijn schouder. Ik draai mij om, niemand. De lolbroek staat aan de andere kant. Het is Peter uit Postel, een dorp dat vlakbij het Vlaamse stadje Mol ligt. ‘Hoe is het met jou en wat doe je hier?’ vraagt hij. ‘ Ik wacht op mijn aansluiting naar Kathmandu.’ ‘En jij, mag je wel zo ver van huis van je vrouw?’ 
‘ Ik ben op weg naar Riyad in Saudi- Arabiё. Ik ga daar zand* verkopen.’ Ik kijk hem ongelovig aan. ‘Het is daar allemaal woestijn man. Ze hebben er genoeg zand.’ ‘Het is geen grapje,’ verzekert Peter mij. 

*Hoge kwaliteit wit zand, gebruikt voor de glasindustrie uit de omgeving van Mol

45 Hotelleven 1036
Zaken lopen in een huwelijk niet altijd op rolletjes, dat gebeurt bij elk getrouwd stel. Als het uitpraten met elkaar op een tweesporen plan zit, dan kunnen de gemoederen iets te hoog oplopen. Alles wat je zegt wordt verkeerd uitgelegd en dat je overal een antwoord op hebt, irriteert je vrouw mateloos. Dan is het beter de mond in gesloten toestand te houden, maar, dan zegt ze, ‘ wie zwijgt stemt toe,’ of ze zegt, ‘ je wilt de boel niet oplossen.’ Dus mondje houden kan ook een slechte optie zijn. Je echtgenote voert aan, ‘jullie mannen kunnen niet luisteren.’ Daarmee heeft ze overigens wel een punt, we hebben het daar moeilijk mee.                                                                                                         Je probeert het met bloemen, maar kiest de verkeerde kleur. ‘Je kunt je vieze gele bloemen houden,’ en smijt de ruiker op de grond. Je had even vergeten, dat geel de kleur van de haat is. Je wilt haar voorzichtig een zoentje op de wang geven, als blijk van goede bedoelingen, maar dan is het verwijt dat je alleen maar aan seks denkt. Kortom; zwijgen, praten, antwoorden, cadeaus en liefdesuitingen, het heeft allemaal geen zin. Dus besluit ik voor een tijdje de kuierlatten te nemen en de verhouding wat ‘lucht’ te geven. Ik pak twee koffers in, (twee, want het moet er uitzien dat je het echt meent ) en rijdt naar de belendende grote stad Hasselt, lekker dicht bij mijn werk, en boek in bij een klein goedkoop hotelletje aan de ring. Die eerste avond al zal ik nooit vergeten. Het is warm, de kamer benauwd en menige mug zoemt om mijn hoofd, terwijl ik op bed lig. Ik zou nu over de zin van het leven moeten nadenken, maar het is te broeierig en denk nergens en overal aan, m.a.w. in mijn hoofd is het een warboel. Om de lusteloze zinnen te verzetten besluit ik om op muggenjacht te gaan, en zo tenminste, van een ongestoorde nachtrust te kunnen genieten. Tegen de muren zit al menig insectenlijkje geplakt en tijdens mijn jacht mep ik met mijn slof behoorlijk wat muggen dood en het bloed spat alle kanten het behang op. De diertjes zijn net zo traag als ze hier in Hasselt speken, dus ik krijg ze allemaal te pakken. De muren zijn van een tuttig bloemetjesbehang, getransformeerd in een moderne muurbeschildering.                                                                                                                                                       Na gedane arbeid is het goed rusten en ik pak een biertje uit de ijskast en zet de Philips televisie aan. Er wordt een voetbalwedstrijd gespeeld in het Heizel stadion. Juventus tegen Liverpool. Een affiche van de Europacup finale 1985, welk een mooie, spannende wedstrijd zal beloven. Anderhalf uur en negen en dertig dood gedrukte en ‘slechts’ vierhonderd gewonde toeschouwers later, ga ik met een kijkkater slapen. Juventus heeft  met 1-0 gewonnen met een onterechte strafschop, die  door Michel Platini benut wordt. Ondanks alle geweld vieren de spelers uitgebreid hun overwinning op de middenstip. Het blijft de hele nacht onrustig in mijn bed, ik draai en draai van de ene op de andere zijde. Die wedstrijd gaat echt in je kop zitten en daarbij komt nog het zo stoer verlaten van de echtelijke woning. Het valt nu al aardig tegen.
Ik bespreek de volgende dag een ander hotelletje met, naar ik hoop, frisse muren. Het ligt even verderop aan de ring, vlakbij een drukke winkelstraat en krijg de sleutel mee. Het is laat die avond als ik er arriveer en parkeer mijn auto aan de ring. Ik neem alleen een plastiek zak met dringendste benodigdheden mee. Ik ben moe en ga maar eerst eens kijken hoe het hier bevalt, voor ik met mijn koffers ga sjouwen.  De volgende morgen stap ik goed uitgerust en na een stevig ontbijt naar mijn auto om naar het werk toe te gaan. Maar op de plaats waar mijn super BMW535 stond, heeft zich nu een Volkwagen Kever geparkeerd. Mijn auto is gestolen, inclusief al mijn kleren in de kofferbak.                                                                                          Op naar het politiebureau om de diefstal aan te geven. De diensdoende agent noteert alles netjes. Dan kijkt hij mij peinzend aan en vraagt, ‘mijnheer, waarom zit u hier in een hotel in Hasselt, als u twintig km verder op woont.’ ‘Ik voel het bloed naar mijn hoofd lopen en kijk de agent onbeholpen aan,’ja,’ zeg ik traag om tijd te winnen, maar een redelijke smoes verzinnen, zodat de agent mij gelooft, is niet zo evident. ‘Ik ben een paar daagjes uit huis gegaan,’ zeg ik dan maar met een flauw glimlachje. De ambtenaar knikt me begrijpend toe.                                                                                                                                                             De diefstal van mijn auto zal mij nog heel wat ellende aan de grens geven.(aflevering 44 Presentjes)                                                                                                                                                                      

Ik moet in dat weekend naar Friesland voor een vergadering van Stichting Nepal en meld de receptioniste dat ik laat terug ben, of misschien helemaal niet kom, maar de kamer aanhoud. Het is gezellig met mijn vrienden bestuursleden en we spelen de volgende dag nog een partijtje golf. Dus rijd ik pas de volgende avond terug en kom na twaalven in het hotel aan. Ik parkeer mijn huurauto en neem de lift naar mijn kamer, ontsluit de deur en doe het licht aan. Een jong stelletje ligt te rommelen in bed en komt onthutst overeind, snel hun naakte lichamen bedekkend met het laken.  ‘Wat doen jullie in mijn bed,’ vraag ik behoorlijk ongemakkelijk. ‘We hebben deze kamer vanavond geboekt,’ is het verongelijkte antwoord en ik druip af. Aangezien het al over twaalven is en het weinig zin zal hebben om de, in die tijd schaarse hotels te zoeken, die ook meestal geen nachtportier hebben, besluit ik maar met hangende pootjes naar huis te rijden. De voordeur zit op het nachtslot en ik wil nou ook weer niet aanbellen. Ik ben dus verplicht om stilletjes door het iele bovenraampje van de slaapkamer van mijn zoontje het huis binnen te dringen, wat me met veel moeite en adem inhouden gelukt. Bij gebrek aan houvast kom ik wel met een dreun op de vloer terecht. Mijn zoon wordt wakker en vraagt terecht,’Pappa, waarom kom je door het bovenraam naar binnen, dat is toch veels te klein?’ Hij strekt zijn handjes voor een omhelzing.
Ik ben dan maar weer thuis gebleven en we hebben alles weer op de huislijke rit gezet.   

Monday, April 1, 2013


44 Presentjes 575

Ik zoef over de E17 langs Wevelgem naar de Belgische grens. Het is in de tijd dat grenscontroles nog streng zijn en autotelefoons bakbeesten van dingen en misschien wel twee kilo wegen.  Ik heb een afspraak met Jean-Pierre  Badoux in Frankrijk net over de grens. Ik moet stoppen bij de Belgische douane en de douanebeambte loopt rond mijn auto. Hij beduidt, dat ik mijn raam moet openen en vraagt mijn autopapieren, verzekeringspapier en rijbewijs en ik moet mijn wagen in een parkeervak te zetten. We stappen een uiterst rommelig groot kantoor binnen, bevolkt door nog een zestal ambtenaren. De roodharige, vrij corpulente man laat mij plaats nemen op een ijzeren, soort van keukenstoel. ‘Op uw achterste nummerplaat ontbreekt het wettelijk teken, dus er zit een valse op.’ ‘Dat klopt,’ zeg ik. De lichtelijk verbaasde man vraagt,’hoezo, dat klop.’ ‘Ik zal het uitleggen. Mijn wagen is gestolen en teruggevonden zonder nummerplaten. Dus heb ik er tijdelijk gewone platen opgezet. Ik moet namelijk werken en heb die auto nodig. Dit alles is bij de politie bekend.’ De beambte slaat aan het bellen. De tijd verstrijkt en ik besef, dat ik te laat voor mijn afspraak ga zijn en vraag permissie om mijn autotelefoon uit mijn wagen te halen. Terug in het kantoor probeer ik te bellen naar de autotelefoon van Jean-Pierre. Ik heb geen bereik. Dus zal mijn contact ook geen bereik hebben. ‘Mag ik even telefoneren,’ vraag ik. ‘Dit zijn diensttelefoons, die mogen niet door particulieren gebruikt worden.’                                                                                                                     Inmiddels zit ik hier al een uur. Het is hier een komen en gaan van vrachtwagenchauffeurs met stapels papieren. Alle chauffeurs zetten van de producten die zij vervoeren, een kleinigheidje neer in het kantoor. Zes flesjes bier, een bak plantjes, een doosje frisdrank, een karton koekjes of pakjes sigaretten. Even denk ik, of ik misschien een paar lapjes geld moet neerleggen om de zaak te bespoedigen, maar verwerp dat idee. De rosse krijgt een binnenkomende lijn. Na enkele minuten  hangt hij op en vraagt mijn autosleutels. Als ik ze afgeef verklaart hij. ‘ Uw auto staat gestolen bij interpol.’ ‘Dat weet ik, maar hij is teruggevonden en hoogst waarschijnlijk niet van de lijst gehaald.’ ‘Hoe kunt u bewijzen dat het uw auto is?’ vraagt hij me. ‘U heeft mijn papieren, daar zal het wel instaan.’ De ijverige beambte snuffelt in de documenten en stelt vast dat er iets niet klopt. ‘Op de autopapieren staat een andere naam als eigenaar, dan de naam in uw paspoort.’ ‘Klopt alweer,’ zeg ik, ‘hij staat op naam van de zaak.’ ‘Dat zal dan moeilijk bewezen kunnen worden.’                                    Ik begin nu wel een beetje wanhopig te worden. Die afspraak kan ik wel schudden. ‘Om te bewijzen dat die wagen op de zaak staat, kunt u mijn directrice Carla Pieterse op het bedrijf bellen. ‘De douaneambtenaar stemt in en belt. Mevrouw Pieterse is lunchen en over tien minuten terug. Na een kwartiertje belt de goede man weer. Intussen hoop ik maar, dat Carla niet denkt dat dit een grap is en zal ontkennen dat ik bij het bedrijf werk en dit mijn bedrijfswagen is. IK ken Carla Pieterse namelijk goed (altijd in voor een joke)en dus is ze er toe in staat. Gelukkig is Carla niet in een jolige bui en bevestigt zij alles. Na anderhalf uur kan ik de grens over.  Mijn afspraak is er natuurlijk niet meer en ik verontschuldig mij, zodra ik weer bereik heb met mijn telefoon.                                                                                                                                                

43 Nieuwsgierig 841
Ik rijd op de Italië Lei in Antwerpen en moet rechts af slaan. Ik geef de bejaarde fietsers, die op de natweg peddelen, netjes hun voorrang. Achter mij staat een ongeduldige automobiliste hevig te toeteren en lichtseinen te geven. Het duurt blijkbaar te lang. De fietsers zijn voorbij en ik wil net gas geven als de achter mij staande, ongeduldige autobestuurster, met een hevige klap op mijn achterkant inrijdt. Ik rijd de natweg over en stop op de hoek. Aangezien er aan de andere kant auto’s voor het stoplicht staan, kan de ongeduldige vrouw me niet passeren. Ik stap uit en bekijk de schade. Een flinke deuk aan de achterkant, dus stap ik op de andere wagen af. Hier gaat het portier open en een lange, zeer bevallige dame met veel blond haar, zwaar opgemaakte ogen en andere make-up, komt haar auto uit. Ze is gekleed in een strak zwart, zeer kort jurkje, waaruit ellenlange benen steken.  Een deel van haar boezem laat zich in volle glorie tonen.                                                                                                                                        ‘Waarom rijdt u tegen mijn auto aan?’ vraag ik. ‘Ik heb haast en u staat daar gewoon op de openbare weg stil,’ is het antwoord. ‘Ik stop voor die fietsers, zij hebben voorrang, maar daarom hoeft u mij toch niet aan te rijden?’ Ze loopt terug naar haar auto en ik naar die van mij. Ze wil wegrijden, maar de wagen heeft zich nog geen halve meter verplaatst als ik snel achteruitrijd en haar klem zet. Ze kan geen  kant meer op, ook al omdat achter haar wagen iemand zijn auto geparkeerd heeft. Ik bel de politie, zeg dat ik opzettelijk ben aangereden en de dader weg wil rijden. De agent belooft dat er binnen vijf minuten iemand ter plekke is.                                                                                                      De vrouw is niet blij dat ik de politie er bijhaal. ‘Wij regelen dit hier in België onderling.’ ‘Waarom probeert u dan weg te rijden, als u het onderling wil regelen?’ vraag ik. ‘Ik woon trouwens al dertig jaar in België, ik weet wel hoe het er hier aan toegaat.’ Ze begint mij uit te schelden voor van alles en nog wat en met hoofdthema, het Hollander zijn van mijn persoon.                                                                                                                                                        Er heeft zich ook al aardig wat, vooral mannelijk publiek, verzamelt, die niet weet wat er gebeurd is, doch de kant van de vrouw neigen te kiezen. Ik ben behoorlijk opgelucht als er twee mannen in blauw met een combi arriveren. Blijkbaar werken de politiemannen als olie op vuur en begint de dame deze heren, in onvervalst plat Antwerps, zaken naar het hoofd te gooien, waar zij, die heus wel wat gewend zullen zijn, even sprakeloos van zijn. Met open monden staren zij het uitdagend mooie brok verbale geweld aan. Dan herpakken de heren zich en wordt de vrouw, die nu in een furie is veranderd, door de agent gesommeerd in het busje plaats te nemen. Ze weigert. Dan vatten de twee haar elk bij een elleboog vast, tillen haar tot vlak boven de grond op en dwingen haar de politiewagen in, terwijl ze met haar pumps, voorzien van hoge naaldhakken, probeert de mannen te schoppen. Helaas verliest ze de schoenen en deze vallen op straat. Eenmaal in de combi gilt ze om haar schoeisel en de kleinste van de twee agenten raapt ze op en geeft ze aan de vrouw, die hierna nog met een slaande beweging de politieman met een van haar schoenstiletto’s probeert in het gezicht te raken.                                                                                                                                                                 Ik moet met mijn auto de politiecombi volgen naar het bureau. Hier aangekomen worden we verzocht plaats te nemen op een bankje in de hal van het grote gebouw, een soort Atrium, waar drie verdiepingen met wandelgalerijen zijn, die toegang tot kantoren geven. We worden er dringend opgewezen te zwijgen, tot we gevraagd worden een verklaring af te leggen. Zo niet, worden we zonder scrupules opgesloten.                                                                                                                                                                 Dat er een hele mooie opstandige vrouw in de hal zit, gaat als een lopend vuurtje door het gebouw. Uit de burelen komen achteloos politiefunctionarissen voorbij lopen, die een blik op haar werpen. Het is nu echt veel drukker in de hal.                                                                                                                                        Mijn buurvrouw begint er weer over dat we hier in België altijd alles onderling regelen, ze weinig tijd heeft en door mijn schuld hier nu zit. Ik houd mijn kiezen op elkaar, hoeveel moeite me dat ook kost. Doch mijn zwijgen brengt de ongetemde feeks weer op het kookpunt. Ze begint op schelle, hoge toon te schreeuwen, dat het door het hele gebouw weergalmd. Op alle gaanderijen gaan de kantoordeuren open en hangen de mensen over de reling. De vrouw wordt nog een keer duidelijk gemaakt te zwijgen. Terwijl ik wordt meegenomen om een verklaring af te leggen over het gebeurde springt de blondine overeind en protesteert luidkeels, dat zij eerst aan de beurt is en haast heeft. ‘ Zodra u bent afgekoeld bent u aan de beurt. Als u lawaai blijft maken gaat het de hele dag duren,’ wordt ze te verstaan gegeven.                                                                                                                         

Ik heb er verder niets meer over gehoord en de verzekering heeft de schade uitgekeerd. 
  

Monday, March 25, 2013


42 Specialist in alles 173

      Het volgende foldertje kreeg ik uitgereikt op straat.

Huwelik en seks spesialis

 Die lang verwagte  dr. Hasi Radaba en Mama Iron

 Raadpleging fooi is R 30,00 (+/- 3 E)

 Voortrekkerweg 352  anderkant Ster taxis en Shell vulstatie                                                                                  

Atlantis Wes Kaap                                                                                                                                                                                          

 *Penis Vergrooting Na Enige Lengte wat jij verlang                                                                                                         

*Om Vroeë Ejakulasie, veral by /n Mam te voorkom                                                                                      

*Slegte reuke na seks                                                                                                                                              

*Sterk liefdes Mengsel om jou geliefde te bekoor                                                                                           

* Om ’n kans te kry vir die regte maat (partner)                                                                                          

*Vagina verkleining  vir vroue                                                                                                                    

*Verminder ’n boepie (verslanking)                                                                                                       

*Swangerskap probleme                                                                                                                                    

*Vroue en mans wat nie kan voortbring nie                                                                                                

*Hewige vloei by vroue                                                                                                                                        

*Herwin verlore geliefdes                                                                                                                                    

*Stop ontroue Mans en vroue                                                                                                                          

*Geniet een volle ereksie                                                                                                                             

*Verwyder ongeluk / Vyande                                                                                                                            

*Huislike woede, Mishandeling, Verkragting                                                                                                

*Hiv/Vigs lyers – kom vir hulp                                                                                                                         

*Hofsake / Egskeidings                                                                                                                                          

*Geluk by Lotto, Casino, Perdewedrenne                                                                                                      

*Gebruik jou kanse en word ‘n Miljoenêr


        Eén op de drie huwelijken maakt de ellende van een scheiding mee.
        Dat was bij veel mensen met een bezoekje bij dr. Hasi Radaba nooit gebeurt!

Thursday, March 21, 2013


41 Stokstaartjes 743
 Mijn vrouw, een goede vriend die homo is en ik, zijn uit in Amsterdam en het is al laat. We besluiten een homobar te bezoeken. In die tijd nogal controversieel. We willen eens kijken hoe het daar aan toe gaat. Ik loop een stukje vooruit op mijn vrouw en mijn kameraad en ga het etablissement binnen. Ik bestel een biertje bij de barkeeper, deze draagt een rafelig fel gekleurd, te krap t shirt met enkele gaten erin en een korte broek waarvan de bilpartij is uitgesneden. Hij draagt geen onderbroek. Ik ga met het biertje in de hand op zoek naar mijn metgezellen en krijg terloops een kneepje in de bil van de danser Donald Jones. Ze zijn niet in het café. Dus ga ik maar weer naar buiten en zie ze op de straat staan. ‘Waarom komen jullie niet binnen?’ ‘De portier laat geen mannen met vrouwen toe,’ zegt mijn vrouw verongelijkt.                                                                                                                             We besluiten voor dat we naar huis gaan, dan maar een frituur binnen te gaan en raken in geanimeerd gesprek met de plaatselijke penoze van het Rembrandtplein, waar, in schril contrast met mijn figuur, aan hun uitgebouwde lijven goed te zien is, dat ze halve dagen in sportscholen doorbrengen. 
Ik ben uitgenodigd een biertje te komen drinken vanwege de verjaardag van een goede vriendin. Het vindt plaats in een karig ingericht klein café vlakbij het station van Hasselt en is uitsluitend toegankelijk voor lesbische vrouwen. Ik ben dan ook de enige man. Ik omhels alle dames en extra innig, de jarige job. Ik heb alleen niet in de gaten dat ik met mijn linker broekspijp tegen, toen der tijd nog gangbare, op de grond staand, open elektrisch kacheltje sta. Mijn broek vliegt in de fik. Als een idioot trek ik hem uit en blus de vlammetjes met een fles water. De dames liggen plat van het lachen. Een man in zijn onderbroek in hun café is blijkbaar heel komisch. Ik voel me flink voor schut staan. Ook mijn vrouw vindt het vermakelijk en zegt dat God me terecht strafte. ‘ Moet je maar niet naar plaatsen gaan, waar een man niet thuis hoort.’
Na de dagtaak, om een uur of acht, placht ik altijd van mijn huis naar het Stadspark in het centrum van Antwerpen te joggen en vervolgens een rondje of tien rond te rennen langs mooie paadjes en over leuke bruggetjes. Dé manier om de stress van het werk af te gooien.                                           Overdag spelen er kinderen en genieten de moeders van het zonnetje. Maar op den duur begon zich in het park een avondleven te ontwikkelen. Eerst sporadisch, maar na een tijd frequenter. Er doken steeds vaker mannen op, die niet schroomden om de hardloper avances te maken. Een enkeling wilde meerennen. Op den duur, in het centrum van Antwerpen zijn niet veel joggingplekken, werd ik tot buiten het park verbannen, om eromheen mijn rondjes te lopen.
Op Linkeroever, tegenover de Gazet van Antwerpen is een natuurgebied, waar het heerlijk wandelen is en plein famille. Het is groot en ruig met drassige waterpartijen. Kortom, heerlijk om even de stadslucht achter je te laten en onbezorgd te genieten. Minder is, dat op de meest onverwachte ogenblikken onze hond wat bange naakte mannen ontdekte, die in Adam kostuum de belendende bosjes van het paadje uitvluchtten. Voor ons in het begin grappig, voor de kinderen raar. We beperkten onze wandeling dan maar tot de overigens grote open hondenwei.                                         Wat deden die auto’s met kinderzitjes daar op de parking?
In Zuid Afrika, hier in Sunset Beach laat ik elke dag twee keer mijn honden uit. De middagsessie is rond half drie. Ik loop richting Blaubergstrand. Als de bebouwing achter de duinen is gestopt worden de zandbergen ook flink hoger. Op enkele toppen staan daar mannen stokstijf stil. Dan komt er één in beweging en daalt af en verdwijnt in een kuil, een ander verlaat ook zijn roerloze houding en verdwijnt ook in een duinpan. Even later duiken ze weer op, ieder op een andere duintop. Ze spelen een soort schaakspel.                                                                                                                                               Een vriendin passeert, ze is een van haar honden kwijt. Ze brengt haar speciale hoog frequentiefluitje aan de lippen en blaast. Niet de hond verschijnt!                                                                                       
 Hoofden van mannen, die zich in de duinpannen bevinden komen te voorschijn en kijken in de richting waar het geluid vandaan komt. Ook de mannen, die als stokstaartjes op de duintoppen staan, draaien zich om en hebben belangstelling voor mijn vriendin op het strand.        
          

40 Afrikaans avontuur 1373
Het is winter in het Noorse Bergen, dus laat licht en vroeg donker. De sneeuw ligt lekker dik op het land. Vier vijftigplussers, lunchen elke zaterdag in de ToKokker in Bryggen, het oude centrum van Bergen. Het is er heerlijk warm door het houtvuur dat lustig knettert in de openhaard. Normaal spelen ze eerst in de morgen een partijtje golf, maar daar kan met die sneeuw geen sprake van zijn. Ze bespreken geanimeerd, ook al door het ruim consumeren van bier, hun jaarlijkse winter  golfvakantie. Kalle stelt voor nu eens een hele andere bestemming te nemen dan altijd maar Spanje, Italië of Portugal.  Ze opperen de US, Thailand of Turkije. Dan komt Björn met Zuid Afrika. Er volgt een discussie; ‘Zijn er wel golfbanen?’ vraagt Kjell zich af. ‘Je wordt vermoord als je je kop uit het raam steekt,’ oppert Arkin. ‘ Ik geloof dat er hier en daar nog dames halfnaakt rondlopen,’ verzekert Kalle met een lachend gezicht. Kalle betrekt altijd alles op seks.  ‘Zijn er fatsoenlijke wegen?’ bedenkt Kjell. ‘Word je niet opgegeten door wilde beesten of gebeten door giftige dikke cobra‘s?’ vraagt Arkin, die altijd overal de grootste problemen ziet. Hij vervolgt, ‘ Is er malaria en lusten krokodillen mensenvlees?’ Volgens Kalle rijden ze daar net als in Engeland aan de verkeerde kant van de weg.                                                                                                                                    Alom problemen genoeg. Dus besluiten ze het voorstel het voordeel van de twijfel te geven en via internet en een reisbureau nadere inlichtingen te bekomen. In hun alcoholeuforie zien ze het avontuur wel zitten.                                                                                                                                                                     Een maand later in Kaapstad doen de ‘oudjes’ zich te goed aan de mooiste golfbanen, de beste restaurants en pitsen menig topwijntje.                                                                                                               Kjell, heeft een vechtscheiding achter de rug, waar geld een belangrijke rol speelde. De ontrouw aan zijn vrouw moet hij duur betalen. Hij is de oudste en enige vrijgezel van de kameraden. Hij heeft vaste relaties afgezworen. Hij lat alleen nog maar.                                                                                                        In een top restaurant in het chique deel van Kaapstad, Constantia , heeft hij het met veel humor,  aandringen en drie restaurantbezoeken, aangelegd met de jonge Imena. Ze komt uit Namibië en is zoals de meer dan drie miljoen Afrikaanse immigranten, naar Zuid Afrika gekomen om er te werken en geld te verdienen. Kjell is tot over zijn oren verliefd en vertrekt na drie weken golven vol hartzeer met zijn vrienden terug naar Noorwegen. Doch een maand later zit hij al weer in het vliegtuig op weg naar zijn exotische geliefde. Natuurlijk hebben al zijn vrienden hem gepest met die vader/dochter verhouding, en zijn familie heeft hem ten sterkst afgeraden zijn relatie, met vijf en dertig jaar verschil in leeftijd, te continueren. Maar Kjell is niet te houden. Hij koopt een huisje in Sommerset West en gaat met zijn ‘amoureuze’ samenwonen. Hij geniet van haar jeugd en spontaanheid.  Ze trekken het hele land door en amuseren zich met volle teugen. Het voelt alsof ze zich al in het paradijs bevinden. De jaargetijden zijn tegenover gesteld aan Europa. Ze reizen net als de zwaluwen de zon achterna, als het in Bergen zomert verblijven ze daar in zijn huis.                                                                                                                                                           De zoon van Kjell, Halvard, wil niets meer met hem te maken hebben en verbreekt elk contact. Hij voelt de relatie als een klap in het gezicht van zijn moeder. Patricia, de dochter van Kjell, bezoekt hem nog wel, een vader blijft tenslotte een vader.                                                                                                                                        Na twee jaar is Imena zwanger. Een kind van een man uit Europa wordt in heel Afrika door de vrouw als een soort verzekering beschouwd. Het koppel trouwt.  Een jaar na de geboorte van Eirik wordt Marinda geboren.                                                                                                                                                                      Twaalf jaar later komt Kjell na een potje golven niet thuis. Imena geeft hem de volgende dag als vermist op bij de politie. Vijf dagen later wordt zijn lijk, hevig toegetakeld en tussen de rotsen aangespoeld, gevonden door twee hengelaars in de buurt van Kleinmond. De moordenaar heeft als  een waanzinnige met een mes op de Noor ingestoken.                                                                                  Zoals in alle moordzaken begint topspeurder Jim Porter bij de naaste familieleden. De echtgenote en de kinderen, die inmiddels elf en tien zijn, worden verhoord. Dat levert de politieman niets op. Imena heeft een alibi. Zij was met de kinderen thuis. Dan volgt een buurtonderzoek. Hieruit blijkt dat Jan en Alleman in het dorp op de hoogte is van een ‘geheime ’affaire van de plaatselijke bankdirecteur, Jacob Steenslag, een getrouwde vader van twee kinderen met de echtgenote van Kjell. Maar ook deze vijf en veertig jarige man heeft een sluitend alibi. De vrouw van Jacob, Maria, is niet op de hoogte van zijn ontrouw. Vanzelfsprekend is ze niet blij met het bezoek van de politie, en het daaruit bekend worden van de buiten echtelijke relatie van haar man. Ze komt er alras achter dat iedereen al jaren op de hoogte is, behalve zij, en laat de sloten van het huis veranderen, bezoekt een advocaat en  deze vraagt een echtscheiding voor haar aan.                                                                                                                                                               Jim Porter’s beroepsintuïtie voelt nattigheid.  Hij vraagt Maria naar het huispersoneel. Thembla  werkt twee dagen in de week als tuinman/klusjesman en Thandi als poetsvrouw. Jim ondervraagt eerst Thandi, dat levert niets op. Aangezien Thembla niet is komen opdagen die week, rijdt hij met zijn assistent Mpho naar het adres in Khayelitsha, wat hem door Maria is opgegeven. Ze verplaatsen zich discreet in een oude Polo en dragen geen uniform. Daar aangekomen klopt de sjofel geklede Mpho  zachtjes op de deur, bang dat hij anders uit zijn voegen valt. Jim stelt zich, nonchalant, langs een van de dicht op elkaar staande krotten op. Een tamelijk gezette vrouw doet open. Ze is de nicht van Thembla. ‘Hij is hier zelden,’ zegt ze. ‘Hij zal wel bij zijn vrienden zitten. Ik weet niet precies waar ze wonen, maar het moet in de buurt van mijn neef Sarel zijn.’ Ze geeft het vlakbij gelegen adres op. Sarel is ook niet thuis, zijn zoon verwijst hem naar  een sjebien (kroeg), een paar straten verder. Het is warm en Mpho drinkt er een biertje, kletst wat met de stamgasten. Een behoorlijk aangeschoten man, Masilo vertelt: ‘Thembla zit even verder met vrienden in een shack. Gisterenavond hebben ze hier feest gevierd, iedereen getrakteerd. We zijn allemaal dronken geworden,’ zegt de man trots. Jim en Mpho lopen (het is te smal voor de Polo)naar de bewuste plek. De krotten staan hier allemaal op elkaars lip. Overal liggen plastic zakken en vuilnis. De deur, gemaakt van verschillende planken, hangt op half zeven. Jim duwt het hevig krakende geval langzaam met zijn rechter arm open, terwijl de beide mannen elk aan één zijde er van staan. Ze gaan met getrokken pistolen de hut binnen, die maar uit één ruimte bestaat. Ze treffen er twee man en een onbeschrijfelijke rommel aan. Het ruikt er niet prettig.  De geuren van dagga vermengd met zweet, bedorven voedsel en urine voeren de boventoon. Sarel en Thembla zijn volledig verbouwereerd door het plotselinge bezoek. Ze zijn stoned en hebben mogelijk tic (goedkope drug, die de hersenen aantast) gebruikt. Voor dat ze het weten hebben de protesterende en vreselijk scheldende mannen plastic kabelbinders om hun polsen. Jim blijft de mannen onder schot houden en vraagt via zijn gsm om bijstand. Mpho doorzoekt de hut en vindt een enveloppe met twaalfduizend rand verstopt onder de onderkant van een haveloze stoelzitting. Verder ontdekt hij een voorraadje dagga en tic in een kapotte bloempot  en enkele flessen Jack Daniels onder een half doorgezakt houten bed.  Na een half uurtje worden ze door een boevenwagen opgehaald en meteen, elk apart, in een verhoorkamer op het politiebureau gebracht. Om middernacht geeft Thembla, in ruil voor strafvermindering, Sarel  de schuld van het ombrengen van Kjell Gunnar voor de lieve som van 17.000 rand(+/- 1.700euro) in opdracht van Jacob Steenslag en Imena  Naudé. Zij worden in hechtenis genomen.                                                                Nadat het lichaam van Kjell is vrijgegeven wordt het naar Noorwegen overgevlogen, en onder grote belangstelling begraven.                                                                                                                                        Ook de zoon van Kjell, Halvard en zijn vrouw Flora zijn hierbij aanwezig. Zij zien hun (schoon) vader na meer dan twaalf jaar, overleden terug.                                                                                                             De vader van de twee kinderen  is dood en de moeder wordt voor vijftien jaar in de gevangenis opgesloten.                                                                                    
Halvard en Flora en hun twee dochters nemen Eirik en Marinda  liefdevol in hun gezin op.