Een echte journalist
We staan vroeg op en verlaten opgewekt het tentenkamp. Het pad gaat over berg en dal. We inspecteren een touwbrug die ons over een diepe kloof van de ene naar de ander kant moet brengen. Het ziet er allemaal niet erg solide uit. Er mag dan ook maar één persoon te gelijk op. Ik schuifel traag over de behoorlijk zwaaiende brug en let goed op waar ik mijn voeten zet omdat er soms een plankje ontbreekt. Tot overmaat van de ramp zie ik niet dat een boer aan de overkant een soort rund de brug op stuurt. Het gevaarte begint angstaanjagend te schommelen. Ik zie het dier naderen, maar ben dan al flink over de helft, terug gaan is geen optie. Wanneer het beest mij passeert blijft er nog maar weinig ruimte over. Ik ga met mijn borst tegen het touw van de brug hangen dat als afrastering dient en probeer niet de afgrond in te kijken. Ook is het opletten geblazen dat je niet wordt geraakt door de zwiepende staart. Een vat vol slechte bacteriën. De weg is weer vrij en kijk het beest nog even na. Dan werp ik een blik in de diepte en heb dan plotseling haast om van het schommelende geval af te komen. Een rotte plank is het daar niet mee eens en mijn been zakt er tot mijn knie door heen. De schrik krijgt nu behoorlijk vat op me, want de boer vindt het allemaal te lang duren en is inmiddels ook de brug opgegaan, die nu vervaarlijk begint te zwaaien. Ik krijg mijn been uit het gat getrokken en passeer de boer, die me met een vriendelijk 'Namaste' begroet. Ik heb helaas geen tijd voor beleefdheden en haast me zo snel mogelijk de touwbrug af.
De temperatuur is intussen behoorlijk opgelopen en we genieten als we door een verkoelend stuk bos lopen. Tegen de middag bereiken we een dorpje met de melodische naam Chhipchhipe. We worden uitgenodigd voor de lunch in een hut en zien een mevrouw op haar hurken de ijzeren borden en pannen schuren in een bruinachtig stroompje water dat langs de hut loopt. Ik drink een flesje water leeg en we babbelen wat met de plaatselijke notabelen. Dan ga ik vol goede moed het tamelijk donkere bouwsel binnen. Er wordt op kleine oliestelletjes op de grond gekookt. Een duizend tal vliegen zijn ook aanwezig. Ik zet mij in kleermakerszit op de vloer, want er zijn geen stoelen. Het eten wordt opgediend op een ijzeren bord met verschillende vakjes. Rijst ,bonen, een stroperig sausjes en nog iets wat op een papje lijkt. Verder een tinnen beker melk rechtstreeks van de koe en een beker yakthee, thee met yakboter en zout. Er is geen mes en vork geserveerd, dus kneed ik de rijst samen met de bonen in een balletje en haal het door de saus. Dan draai ik mijn hand om en schiet het balletje voedsel met mijn duim de mond in. Ik drink de melk en de yakthee pas als ik klaar ben met eten, zo kan ik tenminste beleefd weigeren dat de mokken weer vol geschonken worden
De journalist die verslag doet van onze reis kijkt vol ongeloof de hut binnen, bedankt voor de lunch, hij moet dringend foto's maken van het dorp
No comments:
Post a Comment