Wednesday, October 31, 2012


 


 

28 Château de Jau 710

Frankrijk en de Fransen zelf, zijn in verre het aangenaamst als je de toeristenplaatsen, steden en snelwegen mijdt. Het zelfde geldt ook als je voor een acceptabele prijs echt lekker wilt eten en de vooraf klaar gemaakte maaltijden wilt mijden. De terrassen zijn doorgaans zo vol gezet met dicht op elkaar staande tafeltjes en stoelen, dat je er je kont niet kan keren. Je hebt geluk als je in een redelijke tijd een bestelling kan plaatsen. De geoccupeerd zijnde ober laveert met moeite, met zijn plateau hooggehouden, als een buikdanser langs het meubilair en klanten. Een te dikke garçon kan hier niet werken. We zoeven met een slakkengangetje in onze Amerikaanse ingevoerde droomslee met alle raampjes open door het heuvelachtige landschap, vertragen in Rivesalte en bewonderen het plaatselijke stadhuis. Bij het gehucht Cases-de-Pène zien we een bord staan wat een kunstgalerij aanduidt. Door nieuwsgierigheid en dorstige kelen gedreven wenden we de steven richting Château de Jau. Het château is een groot néo klassiek Bastideachtig gebouw uit 1800 in steenrood en oker. In het weidse golvende landschap met wijn- en olijfboomgaarden staan sierlijke cipressen als obelisken naar de hemel te wijzen. We bezoeken de tentoonstelling die in het bijgebouw, de magnanerie, plaatsvindt en veelkleurige figuratieve geweldig grote schilderijen exposeert. De kinderen vinden ze mooi. Het is inmiddels over twaalven en we willen wat te drinken bestellen op het gezellige terras. 'Niet mogelijk, alleen voor restaurantgasten,' zegt de ober. ' Goed idee, dan gebruiken we ook de lunch.' 'Helaas volgeboekt, mijnheer, gaat u even zitten, dan zal ik nog eens kijken wat ik voor u kan doen.' 'Zeikzak,' zeg ik zachtjes. 'Hij kan ons toch wel wat te drinken schenken,' foeter ik, mijn humeur duidelijk nog niet op volle vakantie ontspanningsgemoed. We genieten op het schaduwrijke terras van de warmte en het uitzicht, terwijl de eerste gasten binnendruppelen. De kinderen herhalen dat ze dorst hebben, maar onze ober is in geen velden of wegen te zien en ander personeel kan er niet over beslissen. Tegen de tijd dat ik mopperend op de Fransen in het algemeen en de oberstand in het bijzonder denk te zullen opstappen heeft de goede man blijkbaar medelijden met ons. Hij wil ons niet voor de, voor de Fransen 'heilige' lunch, weg sturen. 'We kunnen voor u een tafeltje arrangeren, alleen voor de hoofdmaaltijd hebben we maar vlees voor drie personen, we hebben namelijk maar één vast menu.' 'Geen probleem, de kinderen eten toch niet zoveel.' 'Zie je wel,' zegt mijn vrouw,' je moet eens wat meer geduld hebben.' We bestellen frisdrank om de geleden dorst te lessen en zijn blij dat we niet meer naar een andere eetgelegenheid moeten verkassen. Het restaurant loopt nu snel vol en we bestellen een flesje Rode Château de Jau en ik vraag of het eten kan worden opgediend. 'Zodra de bakker is geweest beginnen we met het serveren van het menu.' Dus wachten we rustig af. Aan de kinderen hebben we geen kind. Ze rennen op de opstaande randen langs de vijvers. Even slaat mijn hart op tilt als een stevige Duitse herder, die ook op het randje loopt en wil passeren, de oudste bijna de vijver induwt. (Engelsen hebben de naam van hondenliefhebbers, maar de Fransen zijn het echt). Het duurt nog een stief halfuurtje maar dan kondigt het gepruttel van een aftandse Deux Cheveaux de komst van de 'boulanger' aan. We krijgen een schaaltje overheerlijke broodjes, (het wachten waard) en het voorgerecht, un jambon de truie ibérique, komt dan in niet te lange tijd op tafel. Ondertussen wordt een grote takkenbos, die op een grill aan de kant van het terras staat, tot groot vermaak van de kinderen, aangestoken voor het vlees. De lamskoteletten en worstjes die komen smaken zalig en mals. Na het marscarpone ijsje bestellen we koffie terwijl een vorkheftruck zich tussen de tafeltjes door begint te manoeuvreren en kwistig een onaangename blauwe rook uitblaast. Tijd om te betalen en deze nu plotseling ongezonde lucht te ontlopen. We schaffen ons nog wat wijntjes in de boutique aan.


 

Eén en twintig jaar later ontdek ik in een hoekje onder in het schap achter in de wijnkelder een bestofte fles Muscat de Rivesalte van Château de Jau. Vol verwachting ontkurk ik heel voorzichtig de fles . De dessertwijn is nog mooi van kleur en prachtig van smaak.

No comments: